Statuten

Na de dienst is het gezellig samen zijn met een kopje koffie of thee.

Statuten

Naam en zetel

Artikel 1:

1. Het kerkgenootschap draagt de naam: Christengemeente “de Banier”, hierna genoemd: “de gemeente”. De gemeente is een nieuw-testamentische gemeenschap van gelovigen met JezusChristus als absoluut gezaghebbend Hoofd.

2. De gemeente is gevestigd te Kampen.

Grondslag

Artikel 2:

1. De gemeente erkent de Bijbel als het enige onfeilbare Woord van God op aarde, dat door de Heilige Geest geïnspireerd is; daarom aanvaardt de gemeente de Bijbel als het uiteindelijke gezaghebbend fundament voor alle vormen van bestuur en besluitvorming.

2. De gemeente erkent dat gelovigen, in elk stadium van menselijk bestaan, ontwikkeling van cultuur en geschiedenis en veranderende processen in de samenleving, onderhevig zijn aan groei en ontwikkeling. Daarom is de interpretatie van het Woord van God in elke gegeven situatie afhankelijk van de inspiratie en de leiding van de Heilige Geest aan de gemeente als geheel.

Doelstellingen

Artikel 3:

1. De gemeente functioneert als een lichaam met Christus als hoofd, de Heilige Geest als inspirator en het Woord van God als richtsnoer.

2. Binnen dit lichaam worden gemeenteleden toegerust tot onderling dienstbetoon aan elkaar en tot opbouw van het lichaam van Christus als geheel.

3. De gemeente zet zich als onderdeel van het wereldwijde lichaam van Christus in voor de verkondiging van het evangelie van Jezus Christus aan de gehele mensheid.

Middelen

Artikel 4:

De gemeente tracht haar doelstellingen te bereiken door:

a. het houden van gemeentesamenkomsten in diverse samenstellingen;

b. het geven van bijbelstudie en trainingen;

c. het verlenen van pastoraat, zowel individueel als in kringverband;

d. het organiseren van evangelisatie- en zendingsactiviteiten;

e. het samenwerken met andere kerken en organisaties, die dezelfde grondslag hebben;

f. alle andere wettige middelen, aan de gemeente ten dienste staand, waarbij het hoogste gezag bepalend is.

Lidmaatschap

Artikel 5:

1. Leden van de gemeente zijn zij, die aan de volgende voorwaarden voldoen en die door het bestuur van de gemeente als zodanig zijn aanvaard:

a. persoonlijk Jezus Christus als Heer en Verlosser hebben aanvaard;

b. een persoonlijke bekering en wedergeboorte hebben ondergaan;

c. de vrucht tonen die aan de bekering beantwoordt;

d. door onderdompeling zijn gedoopt op basis van de belijdenis van een persoonlijk geloof;

e. persoonlijk te kennen hebben gegeven lid van de gemeente te willen zijn;

f. de grondslag en de visie van de gemeente en het gezag van het bestuur hebben aanvaard;

g. de uit het lidmaatschap voortvloeiende verplichtingen van inzet en ondersteuning hebben aanvaard.

2. Het lidmaatschap duurt voort onder de volgende voorwaarden:

a. het lid leeft in overeenstemming met de basisprincipes van het geloof, zoals in de Bijbel onder woorden gebracht, en is bereid om correctie en discipline van de leidinggevenden in de gemeente te aanvaarden;

b. het lid geeft blijk van betrokkenheid door inzet en ondersteuning van de gemeente en haar activiteiten en werkt aan opbouw van persoonlijke relaties.

3. Het lidmaatschap wordt beëindigd door:

a. schriftelijke opzegging door het lid;

b. schriftelijke ontzegging van het lidmaatschap door het bestuur namens de gemeente;

c. overlijden van het lid.

Geldmiddelen

Artikel 6:

1. De geldmiddelen van de gemeente bestaan uit:

– bijdragen van de gemeenteleden, zoals tienden, offers, giften en collectes;

– verkrijgingen uit erfstellingen en legaten;

– overige baten.

2. Het bestuur zal jaarlijks op een gemeenteavond in het eerste kwartaal van het jaar financieel verslag doen van inkomsten en uitgaven van het afgelopen jaar, zulks onder gelijktijdige overlegging van een balans.

Het bestuur

Artikel 7:

1. Het bestuur van de gemeente is onderverdeeld in geestelijke bedieningen (apostolisch team), geestelijk leiderschap en het dagelijks bestuur.

2. De geestelijke bedieningen zijn apostel, profeet, evangelist, herder en leraar volgens Efeziërs 4:11. Deze geestelijke bedieningen worden “zalvingen” genoemd volgens 1 Johannes 2:27. Tezamen vormen deze bedieningen het apostolisch team. Deze zalvingen worden toegedeeld door de Heilige Geest en door de gemeente erkend na gebleken vruchtbaarheid. De geestelijke eindverantwoordelijkheid voor deze gezalfde bedieningen berust bij de apostel der gemeente. Het voorzitterschap van het apostolisch team berust echter bij één van de andere vier genoemde bedieningen. Het doel van het apostolisch team is geestelijke groei, opbouw en expansie van de gemeente.

3. Het geestelijk leiderschap en dagelijks bestuur van de gemeente berust bij de oudstenraad. De voorzitter van het apostolisch team is ook de voorzitter van de oudstenraad. Ook andere geestelijke bedieningen kunnen deel uitmaken van de oudstenraad. Het doel van de oudstenraad is om Gods visie om te zetten in gezond beleid en goede geestelijke leiding te geven aan de gemeente en herderlijk te waken over “de kudde”, waarover de Heilige Geest hen tot opzichters heeft gesteld (Handelingen 20:28).

4. De oudstenraad bestaat uit tenminste drie personen en neemt besluiten op basis van unanieme instemming van de gehele oudstenraad. Bij beslissingen, waarover geen overeenstemming kan worden bereikt, wordt bindend advies gevraagd bij de apostel van de gemeente.

5. Oudsten dienen te voldoen aan de voorwaarden voor het oudstenschap, zoals genoemd in Titus 1:5-9, 1 Timoteüs 3:1-13, en 1 Petrus 5:3.

6. De oudstenraad is verantwoordelijk om tot geestelijke besluitvorming te komen en de bereidheid te tonen hierover aan de gemeente volledige verantwoording af te leggen en haar vertrouwen te vragen voor alle besluitvorming.

7. De voorzitter van de oudstenraad is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur; de sekretaris en de penningmeester worden door de oudstenraad uit haar midden gekozen en aan de gemeente voorgesteld.

8. Nieuwe oudsten worden door de oudstenraad gekozen uit de leden van de gemeente, daarbij de richtlijnen in de Bijbel in acht nemend. Nieuwe oudsten worden de gemeente voorgesteld en – indien geen gegronde bezwaren aangevoerd worden – ingezegend.

Taken en bevoegdheden van de oudstenraad

Artikel 8:

1. De oudstenraad vertegenwoordigt de gemeente in en buiten rechte en is bevoegd tot het verrichten van alle rechtshandelingen, die de oudstenraad in het belang van de gemeente acht, mits met inachtneming van het bepaalde in artikel 9 lid 1.

2. De oudstenraad geeft goedkeuring en uitvoering aan het geestelijk en stoffelijk beleid in de gemeente.

3. De oudstenraad beheert en beschikt over de geldmiddelen van de gemeente.

Verplichtingen van de oudstenraad

Artikel 9:

1. De oudstenraad heeft de voorafgaande instemming van de na te noemen adviesraad van de gemeente nodig voor het verrichten van de volgende rechtshandelingen:

a. de verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen;

b. het aangaan van leningen, zowel ten behoeve van als ten laste van de gemeente. Deze bepaling kan door en tegen derden worden ingeroepen.

2. De oudstenraad is niet bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de gemeente zich als borg of hoofdelijk mede-schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. Deze bepaling kan door en tegen derden worden ingeroepen.

3. De oudstenraad is verplicht om minimaal eenmaal per jaar een gemeentevergadering bijeen te roepen, en voorts in de gevallen als bedoeld in artikel 11 lid 3.

4. De oudstenraad is verplicht tot het afleggen van verantwoording over beheer van de financiën door de presentatie van een financieel overzicht aan de gemeente in het eerste kwartaal van het jaar.

5. De oudstenraad is verplicht om aan de gemeente verantwoording af te leggen over besluitvorming op geestelijk en praktisch gebied en de gemeente de gelegenheid te geven tot het stellen van vragen en het geven van advies.

Deelname aan de oudstenraad

Artikel 10:

1. Een oudste kan te allen tijde zijn functie neerleggen.

2. Voorts eindigt de deelname aan de oudstenraad door:

– overlijden;

– beëindiging van het lidmaatschap van de gemeente;

– door ongevraagd ontslag.

3. Ongevraagd ontslag van een oudste kan door de overige leden van de oudstenraad plaatsvinden, indien:

a. de levenswandel van betreffende oudste op grond van de Bijbel onbetamelijk wordt geacht;

b. de betreffende oudste in strijd handelt met de belangen van de gemeente in haar geheel of van één of meer leden in het bijzonder;

c. om andere zwaarwichtige redenen.

4. De oudstenraad is bij ongevraagd ontslag van één der oudsten verplicht om binnen twee maanden na dat ontslag aan de gemeente verantwoording af te leggen in een gemeentevergadering.

5. Oudsten zijn verplicht om het Bijbelse principe van het sabbatsjaar uit Leviticus 25: 1-7 te hanteren voor persoonlijke groei en herbezinning op functie en taken, tenzij er zwaarwegende redenen zijn voor opschorting voor een bepaalde tijd.

Gemeentevergaderingen

Artikel 11:

1. Gemeentevergaderingen worden gehouden zo dikwijls de oudstenraad dit wenselijk acht, doch minimaal eenmaal per jaar. Gemeentevergaderingen zijn bedoeld om de gemeente te informeren over wijziging in de visie, over voortgang en groei, en over het aangaan van financiële en materiële verplichtingen.

2. Indien ten minste eenderde gedeelte van de leden dit wenst en daartoe schriftelijk een verzoek doet, zal de oudstenraad binnen een termijn van niet langer dan zes weken een gemeentevergadering bijeenroepen.

3. Inzake besluiten ten aanzien van verkrijging-, vervreemding of bezwaring van registergoederen, het aangaan van leningen zowel ten behoeve van- als ten laste van de gemeente, alsmede inzake besluiten ten aanzien van wijziging van de statuten danwel opheffing van de gemeente, worden de leden vertegenwoordigd door de na te noemen adviesraad.

4. De gemeentevergadering wordt met inachtneming van een termijn van tenminste twee weken afgekondigd in één van de samenkomsten en – indien aanwezig – in het informatieblad van de gemeente.

Adviesraad

Artikel 12:

1. Voor rechtshandelingen als bedoeld in artikel 9 lid 1, statutenwijziging als bedoeld in artikel 13 lid

1, alsmede opheffing van de gemeente als bedoeld in artikel 14 lid 1, dient de oudstenraad de instemming van de adviesraad te verkrijgen.

2. Voorts is de oudstenraad bevoegd om andere aangelegenheden als bedoeld in lid 1 van dit artikel voor advies aan de adviesraad voor te leggen.

3. Leden van de adviesraad worden door de oudstenraad benoemd op basis van hun godvruchtige leven en bewezen inzet in het meebouwen en zorgdragen voor de gemeente. Zij genieten het vertrouwen van de leden.

4. De adviesraad vergadert te allen tijde samen met de oudstenraad, zulks indien daartoe door de oudstenraad een verzoek wordt gedaan of indien de adviesraad hier zelf om vraagt vanwege aangereikte aangelegenheden vanuit de gemeente, toch tenminste éénmaal kwartaal.

5. Bij een gezamenlijke vergadering van oudstenraad en adviesraad is de voorzitter van de oudstenraad tevens voorzitter van de gezamenlijke vergadering van beide raden.

6. De adviesraad bestaat uit tenminste drie leden, die voor een periode van vijf jaar worden benoemd. Leden van de adviesraad zijn steeds hernoembaar.

7. Artikel 10 leden 1 tot en met 4 zijn met betrekking tot de leden van de adviesraad van overeenkomstige toepassing.

8. De adviesraad heeft een adviserende rol jegens de oudstenraad. De leden van de adviesraad hebben dientengevolge in de adviesraad geen stemrecht. De adviezen van de adviesraad zijn niet bindend voor de oudstenraad, aangezien de besluitvorming binnen de gemeente door de oudstenraad plaatsvindt; een en ander echter met uitzondering van de adviezen als bedoeld in artikel 9 lid 1, artikel 13 lid 1, en artikel 14 lid 1.

9. Bij diepgaande meningsverschillen tussen oudstenraad en adviesraad zijn beide partijen bevoegd om zich tot de apostel der gemeente te richten. Bij tussenkomst van de apostel is diens advies bindend voor beide partijen.

Statutenwijziging

Artikel 13:

1. De oudstenraad is bevoegd te besluiten tot wijziging van deze statuten. Een statutenwijziging behoeft de goedkeuring van de adviesraad.

2. Een voorstel tot wijziging van de statuten dient tenminste één week voor de vergadering aan de leden van de oudstenraad te worden toegezonden.

3. De artikelen 2 en 3, zomede het onderhavige lid van artikel 13, kunnen niet worden gewijzigd.

4. Een statutenwijziging treedt niet eerder inwerking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt.

Opheffing en vereffening

Artikel 14:

1. De oudstenraad is bevoegd te besluiten tot opheffing van de gemeente. Op het daartoe te nemen besluit is het bepaalde in artikel 13 lid 1 van overeenkomstige toepassing.

2. De vereffening geschiedt door de oudstenraad, tenzij de adviesraad op verzoek van de oudstenraad één of meer personen, al dan niet uit de oudstenraad, als liquidateur(s) benoemt.

3. Het eventuele batige liquidatiesaldo wordt uitgekeerd aan één of meer rechtspersonen of gemeenschappen, die een gelijkwaardig doel als de gemeente hebben. Deze worden door de oudstenraad in samenspraak met de gemeentevergadering uitgekozen.

Slotbepaling

Artikel 15:

Over geschillen omtrent de toepassing van deze statuten, alsmede in alle gevallen waarin door de wet of de statuten niet is voorzien, beslist de oudstenraad.

Toen bouwde Mozes een altaar en noemde het: de Here is mijn banier. (Exodus 17:14)